Skip to Main Content
Header-afbeelding

Philip (57) lag vijf weken in coma door corona: ‘Mijn drie kinderen zagen hun ouders per ambulance afgevoerd worden’

Door de Kobo-redactie • januari 12, 2021

We zijn de lockdown zat en kunnen het woord corona bijna niet meer horen. Maar toch - als je het verhaal van Philip Reedijk hoort, weet je weer waar je het voor doet. De Rotterdammer was één van de eersten in Nederland die het virus opliep. Hij lag vijf weken in coma en het had niet veel gescheeld of hij was er niet meer geweest. Reedijk - al 25 jaar actief als journalist - schreef er een boek over, Neemt u maar vast afscheid.

In zijn boek, dat tot grote hilariteit én genoegen van Reedijk een tijdje tussen de publicaties van Obama en John de Mol op de website van Kobo prijkte, vertelt de tot voorheen kerngezonde vijftiger wat het virus met hem én zijn familie heeft gedaan. Niet alleen hij werd met het virus besmet, ook zijn vrouw werd tegelijkertijd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Dat zijn drie kinderen (19, 17 en 14) hun beide ouders afgevoerd zagen worden, beseft Reedijk later pas. “Mijn vrouw kon nog net wat bankpasjes naar ze toe gooien.”

Dat moet een bizarre situatie zijn geweest?

“Ja, dat was het. Althans - dat is me later verteld. Op het moment dat de ambulances bij ons thuis kwamen, was ik al helemaal versuft. Volgens mijn kinderen zat ik op de trap extreem glazig voor me uit te staren. Uiteindelijk kwamen er vier van die marsmannetjes ons huis binnen en werden mijn vrouw en ik één voor één op een brancard geladen. Kinderen in paniek, maar dat heb ik al niet meer bewust meegemaakt. Het schijnt dat ik nog net m’n duim kon opsteken, zo van: ‘gaat goed’. Wat ik me nog herinner, zijn flarden. De verkeersdrempels waar we overheen hobbelden, en de vraag of ik gereanimeerd wilde worden als het zover zou komen. Dat mijn kinderen alleen thuis achterbleven, drong al niet meer tot me door.”

Hoe kon het zover komen dat je er al zo slecht aan toe was voordat je in het ziekenhuis belandde?

“Het virus sloop er heel geleidelijk in. Het begon met een verkoudheid, maar ja - ik ben elk jaar wel een keer verkouden. Bovendien dacht ik: ‘Ik sport, heb nooit gerookt, leef gezond, heb geen overgewicht en geen andere ziektes.’ Wat kon mij nou gebeuren?”

Precies zoals veel van ons erin staan.

“Ja, inderdaad. Nou, na een tijdje - zo rond de eerste grote persconferentie in maart - voelde ik me wel wat slechter. Maar dat duurde ook weer een paar dagen. Het kwam een beetje in golven en ebte dan weer weg. Dus ik werkte gewoon door. Schrijven, interviews, dat kan allemaal wel als je een beetje koorts hebt. Ik dacht nog: ‘Als dit Covid is, dan vind ik het best.’ Zo modderde ik weer een weekje aan. Testen was in maart nog niet aan de orde, dus wat ik deed was een beetje hangen, soms een uurtje langer in bed blijven, en rustig doorwerken. Voor mijn vrouw gold hetzelfde. Omdat zij astma heeft, is de huisarts voor haar nog wel een keer langsgekomen. Hij keek toen nog met een half oog naar mij, zo van: gaat met jou ook niet helemaal goed, of wel? Ik wapperde dat weg: ‘Valt allemaal wel mee’.”

Uiteindelijk waren het jullie kinderen die erop aandrongen nog een keer de huisarts te bellen.

“Klopt. Het virus had in die weken daarvoor onopgemerkt mijn longen al heel erg aangetast. Ik weet nog steeds niet precies hoe het werkt, maar het sluipt er op zo’n manier in dat je zelf niet doorhebt hoe slecht het met je gaat. Je bent een beetje pufferig en kortademig, maar ondertussen komt er zo weinig zuurstof in je bloed, dat je eigenlijk langzaam aan het stikken bent. ‘s Ochtends dacht ik nog dat het prima ging, maar het moment dat de huisarts binnenkwam - een uur later - weet ik al bijna niet meer. Weer een uur later lag ik in de ambulance, een dag later op de ic. Als ik alleenstaand was geweest, had ik nu niet meer geleefd.”

En dan gaat het nog een keer heel slecht met je.

“Ja, ik ben een week of twee later nóg een keer bijna dood gegaan. Ik had enorme koorts, en zo’n beetje alles viel uit. Multi-orgaanfalen noemen ze dat. Ik werd via alle mogelijk manieren beademd en ik kreeg ongeveer alle mogelijke medicijnen toegediend. Ik had overal slangen. In mijn pols, oksels, liezen, enkels. Het is echt een grote robotachtige toestand waar je in ligt. Maar ook hier heb ik weer niks van meegekregen. Het enige wat ik me nog herinner zijn mijn dromen. Daarin had ik het heel benauwd en een soort besef van: ‘Ik zit vast en wil weg. Ik heb het warm, mensen praten tegen me, maar ze luisteren niet als ik iets terug zeg.’ Thuis - mijn vrouw was inmiddels weer bij de kinderen - zaten ze twee weken lang met de telefoon op tafel. Telkens te wachten op extra nieuws. Op een gegeven moment ging het zo slecht met me dat ze tegen mijn vrouw zeiden, pak je autosleutels maar en kom hierheen.”

Dan word je ineens een dikke maand later wakker in een ziekenhuiskamer, hoe is dat?

“De eerste heldere herinnering die ik heb, is dat ik op tv zag dat het Koningsdag was. Dat was het moment waarop ik me realiseerde dat ik vijf weken miste. Achteraf hoorde ik dat de artsen me al vaker voorzichtig uit coma hadden gehaald, en dat ik dan bijvoorbeeld ook mijn kinderen herkende. Maar dat herinner ik me niet meer.”

Gelukkig kom je ook hier weer bovenop, hoe voelde je je daarna?

“Heel erg verzwakt. In het begin kon ik echt helemaal niks - niet eens rechtop in bed zitten. Al mijn spieren waren weg. Van de grotere spieren tot mijn oogspiertjes, niks werkte meer. Ik kon niet eens een zakje kroepoek openen. Heel langzaam leerde ik weer lopen, met een rollator. Of nouja, lopen. Dan zette ik drie stappen, was ik heel trots, en stortte daarna weer in. Voordat ik corona kreeg liep ik hard en fietste ik uren. Als er zo weinig van je over is, dan besef je wel: ‘Goh, het is echt waar, dit is me echt overkomen’.”

Hoe vond je familie het om je zo te zien?

“Mijn kinderen herkenden me nauwelijks. Ik was zestien kilo kwijt, had grote holle ogen, raar coronahaar en een bril die drie grote maten te groot was. De eerste keer dat ik in de spiegel kreeg, schrok ik mezelf ook de tering, om het maar even plat te zeggen. Wie was dit? Ik zag eruit als een concentratiekampgevangene. Maar goed, dat was natuurlijk alleen het uiterlijk. Voor mijn kinderen was de periode waarin het niet duidelijk was of ik het ging overleven, heftiger. Dat hakt er natuurlijk flink in.”

Ja, hoe gaat het nu met je kinderen?

“Eigenlijk vind ik dat het zwaarste stuk van het verhaal. Onze kinderen zijn door de hele gebeurtenis in één klap een paar jaar ouder geworden. De ellende dat je je ouders zo ziek ziet, met onbestemde toekomst en bestemming, met ook nog het risico dat het écht fout zou aflopen. We zijn dan ook ontzettend trots op ze. In de twee weken dat mijn vrouw en ik allebei in het ziekenhuis lagen, hebben ze het echt hartstikke goed gedaan. Familie, buren - veel mensen hielden een oogje in het zeil en brachten eten langs, maar uiteindelijk moesten ze het overgrote deel toch zelf doen. Elkaar steunen, wassen, koken, schoonmaken. Ze hebben het heel goed aangepakt - dat is altijd maar afwachten, voor hetzelfde geldt flippen ze. We hoopten dat ze dat koken en stofzuigen vast zouden houden. Dat is helaas niet gebeurd, haha. Gelukkig gaat het nu goed met ze. Het is wonderbaarlijk hoe flexibel kinderen zijn, zich omdraaien en weer doorgaan met hun eigen dingen.”

En hoe gaat het met jou?

“Steeds beter, maar het kost tijd. We zijn nu acht, negen maanden verder, en ik ben nog dagelijks met mijn herstel bezig. Nadat ik uit het ziekenhuis kwam, heb ik eerst nog weken in een revalidatiecentrum doorgebracht, maar als je daar ontslagen wordt, ben je er nog lang niet. Ik heb de deur van het ziekenhuis platgelopen voor allerlei controles en onderzoeken en ben nog twee keer geopereerd. Nu, driekwart jaar later ga ik in totaal nog steeds vijf keer per week naar de fysiotherapeut, manuele therapie en logopedie. Dat is allemaal nodig om weer op mijn oude niveau terug te komen. Het gaat de goede kant op, we zijn er bijna. Maar dan heeft dit alles ook wel dik een jaar geduurd.”

Wat is het doel van je boek?

“Ik zie op tv veel experts en politici, maar minder mensen die Covid echt hebben gehad. Ik wil mensen niet bang maken, maar ze wel laten weten dat het je kán overkomen. Het is een omgekeerde loterij, de kans dat je de hoofdprijs ‘wint’ is klein, maar hij is er. Daarnaast hoop ik dat mensen zich nog meer realiseren dat de gewone zorg door corona stil komt te staan, en dat het ook jouw vader, moeder of oma kan zijn, die niet de juiste hulp kan krijgen op het moment dat het nodig is. Overigens is Neemt u maar vast afscheid helemaal geen somber boek. Je moet het leven wel kunnen relativeren, grappen maken hoort erbij. Ook als je corona hebt gehad.”

Volg ons op @ op Instagram

Wil je contact met ons opnemen?

Klantenservice en ondersteuning Media-aanvragen

If you would like to be the first to know about bookish blogs, please subscribe. We promise to provided only relevant articles.