Skip to Main Content
Header-afbeelding

Els Quaegebeur schreef over twee zussen die hun naasten verloren bij vliegramp MH17: ‘Doe geen aannames over rouw’

Door de Kobo-redactie • oktober 08, 2021

De zussen Mirjam en Sandra Ploeg waren 22 en 18 jaar oud toen ze in juli 2014 hun ouders, broertje en pleegbroer verloren bij de ramp met vlucht MH17. Ze kregen veel reacties op de manier waarop ze met dit verlies omgingen: schouders eronder, blik vooruit. Journalist Els Quaegebeur volgde het tweetal en schreef er een boek over.

In Zoals vogels vliegen – het bewogen bestaan van twee zusjes na MH17 tekent Quaegebeur niet alleen de familiegeschiedenis van Mirjam en Sandra op, maar ook hun rouwverwerking – waarover maar al te graag geoordeeld wordt.

Toch maar even naar het begin. Hoe is dit boek ontstaan? Vond jij de meiden, of vonden zij jou?

“De zusjes hadden een interview gegeven aan De Volkskrant, waarin ze vertelden over hoe ze met het verlies van hun ouders omgingen. Schouders eronder, blik vooruit, zoals ze zijn opgevoed. Ze kregen daar veel reacties op, zowel negatief als positief – dat vonden ze heel ingewikkeld. Vervolgens werden ze benaderd door een uitgever met de vraag of ze niet een boek wilden maken over hun manier van rouwen – zo is het gegaan.”

Hoe verloopt zoiets vervolgens? Je komt meteen in een hele persoonlijke situatie terecht.

“In november 2019 ben ik voor de eerste keer langsgegaan. In totaal hebben we vijftien of zestien keer met elkaar gesproken, door corona duurde het iets langer. Ik ben gaan schrijven toen ik ze tien keer had gesproken.”

Was het lastig loslaten als je thuiskomt na zo’n gesprek? Ik kan me voorstellen dat je ’s avonds toch aan die meiden denkt, als je thuis zit te eten.

Ja dat deed ik zeker. Ik had ook moederlijke gevoelens voor ze, misschien wordt dat ook wel aangezet omdat ik zelf moeder ben en zij er geen meer hebben. Ik ben heel begaan met ze. In die tijd dat we afspraken, maakten zij beiden hele grote stappen. Mirjam ging trouwen, Sandra ging samenwonen. Hele normale dingen voor jonge vrouwen, alleen hadden zij hun ouders er niet bij. Dus ik nam altijd wat lekkers mee, en toen ik hoorde dat Mirjam zwanger was, nam ik een rompertje mee.”

Het is niet de lichtste kost. Hoe bereid je je voor op zo’n boek?

“Ik ben er eigenlijk heel onbevangen ingegaan. Dat is ook het doel van het boek: doe geen aannames – iedereen rouwt op zijn eigen manier. Ik had de feiten over de ramp wel op een rijtje, maar ben verder geen boeken over rouw gaan lezen. Door met hen te praten, kreeg het verhaal meer vorm. Het was ook geen vooropgezet plan om de familie te portretteren.”

Waarom vond je dat belangrijk?

“Ik wilde het gezin echt laten zien. Wie waren ze? Welk gezin is hier kapot gegaan? Wie waren hun ouders, wat was hun beroep, hoe was hun relatie? En zoals bij iedereen: als je gaat peuteren aan een stukje behang, trek je zo een hele baan naar beneden – dat was bij hen niet anders. Het werkt heel goed voor het boek dat je je kunt hechten aan die mensen, aan dat gezin.”

Je kunt hun gezin ook niet los zien van de manier waarop Mirjam en Sandra rouwen, toch?

“Precies. Hoe ze rouwen, heeft te maken met uit welk nest ze komen. Dat is een extra reden om niet te oordelen. Ze groeiden bijvoorbeeld op binnen het Apostolisch Genootschap, een gesloten kerkgenootschap, dat heeft gevolgen voor iemands latere leven. Daarom moet je er ook zo voor oppassen: als je oordeelt over iemands rouw, oordeel je ook over iemands verleden.”

In het boek gaan Mirjam en Sandra ook in gesprek met een psycholoog – Jos de Keijser - om te kijken of hun rouwverwerking wel ‘normaal’ is.

“Ja, daar hebben ze veel over nagedacht en daar hebben we veel samen over gesproken. Om dezelfde mensen wordt op verschillende manieren gerouwd. Familieleden van hen gaan er anders mee om. De zusjes zien zo zelf om zich heen ook dat iedereen het anders doet, maar ondertussen voelen ze ook de oordelen van anderen.”

Heeft De Keijser hen daarin wat kunnen helpen?

“Ja, hij bevestigde dat je verdrietig kan zijn, maar tegelijkertijd ook vrolijk. En dat er een verschil is tussen verdriet hebben en verdrietig zijn.”

Het is ergens ook wel taboedoorbrekend, om zo open en vooral nuchter te kunnen rouwen. Als je ouders doodgaan, verwachten mensen iets anders van je, denk ik?

“Ja precies. Taboedoorbrekend – want de meiden kregen ook positieve reacties: wat fijn dat je laat zien dat je niet altijd maar huilend in een hoekje hoeft te liggen. Dat zei Jos de Keijser ook – en hij heeft veel gezien. Doe geen aannames.”

Dat vinden mensen moeilijk he?

“Mensen willen zo graag iets zeggen – maar niemand weet hoe het echt zit. Het is in Nederland moeilijk om niks te vinden van iets. Maar het is oké om niks te vinden. Of ze nou aan het lachen zijn of aan het huilen, je hoeft daar niets van te vinden.”

Hebben ze jou betrokken of om hulp gevraagd om met die nare reacties om te gaan?

“Nee. Het was wel een van de redenen om met andere nabestaanden te gaan praten. Met Loes bijvoorbeeld, zij verloor haar zwager. We gingen naar haar toe omdat zij soms wordt gezien als een tweederangs nabestaande, want het ‘is toch maar je zwager, wat zit je te treuren’. Mensen kunnen zo hard zijn. Daar ben ik wel echt van geschrokken.”

Wat is de belangrijkste les aan de lezer, vind je, uit dit boek?

“Ondanks dat Mirjam en Sandra door schade en schande rijk zijn geworden, zijn ze weinig veroordelend over anderen. Dat vind ik heel bijzonder. Want zij hebben wel een reden om te oordelen. Het zijn hele zuivere meiden.”

Foto auteur: Keke Keukelaar

Volg ons op @ op Instagram

Wil je contact met ons opnemen?

Klantenservice en ondersteuning Media-aanvragen

If you would like to be the first to know about bookish blogs, please subscribe. We promise to provided only relevant articles.